Kritikák a NewFolkSoundsban - Critics in NewFolkSounds

Kritikák a NewFolkSoundsban - Critics in NewFolkSounds
René van Peer - 2006. október 2.
Eigenlijk zou bij dit stuk niet Hongarije moeten staan, maar Hangvető. Je zou dat kunnen vertalen als 'klankzaaier'. Het is de naam van een distributeur van Hongaarse labels, opgericht door Etnofon (met als drijvende kracht Ferenc Kiss, die in de eerste line-up van Kolinda zat), FolkEurópa (waar ondermeer Makám en cimbalomspeler Kálmán Balogh ondergebracht zijn) en X-Produkció (het onderkomen van Boban Markovic en zijn Orkestar). Behalve genoemde labels vertegenwoordigt het ook een groep als Muzsikás. Niet het hele hebben en houden van de Hongaarse wereldmuziek is in dit grote huis te vinden, maar je komt er wel een zeer breed scala aan stijlen tegen - van dorpsmuziek tot jazz en elektronica, en alles wat daartussen ligt. Van de uitgebrachte cd's zet Hangvető een selectie op jaarlijks uitkomende compilatie albums.

Aan het traditionele eind van het spectrum staat een serie met opnamen die Antal Fekete voor het Hongaars Musicologisch Instituut maakte van dorpsensembles bij Hongaarse minderheden in Roemenie. Hij deed dat in een periode waarin het dictatoriale regime van Ceausescu fikse straffen in het vooruitzicht stelde aan eenieder die betrapt werd bij het meewerken aan dergelijke opnamen - het ondersteunen van minderheidsculturen werd beschouwd als staatsgevaarlijk. Mensen als Fekete lieten zich hier niet door weerhouden en verzamelden een schat aan instrumentale en gezongen muziek. Deze serie concentreert zich op de groepen die in de dorpen allerhande feestelijkheden opluisteren, geleid door fabelachtige violisten. Het waren deze muzikanten die het grote voorbeeld vormden voor de groepen in de Hongaarse folkrevival van de jaren zeventig, zoals de Sebő Együttes en Muzsikás. Sommige van de opnamen maakte Fekete in studio-omstandigheden, maar hij had een voorkeur voor de opgewonden, informele sfeer van dorpsfeesten. Op deel 3 van de serie staat de groep rond de fameuze violisten Márton en Béla Kodoba uit Magyarpalatka centraal. Het duo, dat vaak unisono speelt, klinkt niet steeds even geinspireed, soms strijken ze finaal langs elkaar heen. Maar op de laatste twee lange stes, die samen meer dan de helft van de cd in beslag nemen, maken ze dat ruimschoots goed in krachtige, afgemeten dansen vol versieringen. Deel 4 bestaat uit opnamen van violist József Lunka, duidelijk een van de grootste muzikanten uit wijde omtrek. Hij speelt soepel en helder, deelt hier en daar gruizige nootjes rond, en weet vooral veel drama in zijn spel te leggen - maar ook autoriteit. Je hoort in kleine accenten en vertragingen waar hij heen wil, en de begeleiders volgen onmiddellijk. De stemming is opperbest bij deze thuisopnamen: de wijn vloeit al even vanzelfsprekend als de muziek. De beste combinatie van sfeer en briljant spel is the vinden op deel 5 met de groep rond József Kozák uit Ádámos in het uiterste zuiden van Transsylvanie aan het werk tijdens een bruiloft. De muzikanten zijn eersteklas gangmakers. Kozák verstaat de kunst om lekker aan zijn toontjes te gaan hangen: even rekken, even buigen, even glijden - dat houdt de spanning erin, ook bij de dansers. Ook muzikanten en groepen uit de Hongaarse folkscene worden uitgezaaid. Zo is daar de Tükrös Zenekar, die de muziek reconstrueert zoals die de laatste eeuw in the noordoostelijke provincie Szatmár geklonken heeft. Het is geen reconstructie geworden met zijden handschoenen en vitrineglas. De vijf heren en een dame gaan er met frisse energie tegenaan, zo nodig krassen en gruizen ze naar hartelust, maar draaien hun hand evenmin om voor fijn en springerig spel. Allen een serie soldatenliedern valt wat uit de toon, en is met twaalf minuten aan de lange kant. Muzsikás heeft voor het eerst een live cd uitgebracht met opnamen van een concert dat de groep drie jaar geleden gaf in de grote zaal van het Liszt Conservatorium in Budapest. Als een van de eerste groepen uit de folkrevival beschikt Muzsikás na meer dan dertig jaar over een onverminderde dosis energie, en natuurlijk over de sterkste stem uit het veld - die van Márta Sebestyén. Hoewel formeel geen lid van de band, is ze duidelijk met het groepscgeluid vergroeid. In dit concert werden ze bijgestaan door het meisjeskoor Pro Musica, dat liederen bracht van Zoltán Kodály en Béla Bartók, de twee grote voorlopers van de hereving van de eigen volksmuziek. Liederen die dezte twee optekenden verwerkten ze in hun composities, die op het podium gespiegeld werden aan de originelen, vertolkt door Muzsikás. Na een uitgesproken wild dansend Édes Gergelem zingt Sebestyén in alle rust een betoverend lied over een vermoorde schaapherder met als begeleiding een zacht zoevende fluit en nevelachting rondzwevende vioolklanken. In zulke liederen laten ze horen dat ze ongeevenaard zijn. De jonge zangeres Nóri Kovács had zich dat moeten realiseren. In het folkrevivalcircuit verzorgt ze zang bij táncház-avonden waar mensen komen dansen op Hongaarse traditionele muziek. Haar Mondanék én valamit (Ik heb iets te zeggen) is vooral een exercitie in gekunsteldheid. Het is allemaal te dik aangezet, en een stem met de zachte warmte van een fileermes. Ik krijg er nogal het zuur van wanneer ze zich voordoet als een Sebestyén-kloon en in de studio dansers aanmoedigt die er niet zijn. De groep Makám, rond Zoltán Krulik, is overminderd actief met drie cd's in even zovele jaren. Ze zijn minder eclectisch dan voorheen in de involeden die ze in hun muziek toepassen. De groep maakt nadrukkelijk gebruik van gastzangeressen als Irén Lovász (op Szindbád), Bea Palya, Ági Szalóki en szilvia Bognár (op Anzix). Bognár weet op Almanach Kruliks composities, die dichter tegen het Hongaarse volksidioom aanliggen dan vroeger, een indringende zeggingskracht te geven. Het geluid van de groep wordt grotendeels bepaald door de gitaar en de contrabas, die doorgaans in samenspraak een lichte en dansende basis leggen, verder opgestuwd door derbouka. In instrumentale tussenstukken halen de viool van Eszter Krulik en de fluit van Balázs Thurnay vaak flink uit. Maar zentraal staat toch Bognárs zang. Terwijl veel zangeressen uit de Hongaarse folk zich proberen te spiegelen aan het messcherpe, onnavolgbaar krachtige timbre van Márta Sebestyén, behoudt Bognár haar eigenheid. Ze geeft de poetische, soms uitgesproken duistere, teksten van Krulik warmte en een intense gevoeligheid mee. Ze kan teder zijn, speels, maar ook bijzonder fel. Haar stem heeft in Krulik blijkbaar een grote creative energie gewekt. Almanach is een cd vol afwisseling, die de aandacht weet vast te houden tot aan het laatste lied. Helaas helpt men bij wijze van afsluiting de spanning om zeep met een vervelend ziemendalletje. Zangeressen Bea Palya en Ági (oftewel Ágnes) Szalóki zijn ook te gast op Magyar népdalok (Hongaarse volksliedjes) van de Balázs Elemér Group, een jazz-septet rond drummer Balázs. Ze vormen een aanvulling op de zang van Klára Hajdu en Gábor Winand, die vast aan de groep verbonden zijn. Met deze vier stemmen lijkt afwisseling gegarandeerd, maar het is wel erg vriezen en dooien in de jazzy arrangementen van de tien volksmelodieen. De eerste twee laten horen dat jazz en volkstratitie een mooie combinate kunnen vormen, maar de scat-zang van Winand in A nagy hegyeken túl en het bossa nova arrangement waar pianist József Balázs (broer van Elemér) Lányok ülnek a toronyban van voorzien heeft klinken als een vloek in een biechtstoel. Het is allemaal reuze gesoigneerd, maar het doet me denken aan stripfiguur Pruimpit, die bij het zien var weer een nieuw bedenkelijk ogend bedenksel van jongste bediende Guust Flater (bedacht in de baas zijn tijd) met zure blik oordeelt: "Bijzonder smaakvol." Ági Szalóki heeft met Hallgató (Klaagzang) een cd gemaakt die eveneens bestaat iut jazz-arrangementen van melodieen uitde Hongaarse volkstraditie, en heeft daarmee in eigen land de prijs gewonnen voor de beste jazz-cd van het jaar. Szalóki is een prima zangeres, maar de cd lijdt toch een beetje aan hetzelfde manco als die van de Balázs Elemér Group - jazz-cliché's die de puntige melodieen een muffe en belegen geur geven. Dat het nog erger kan bewijst Erika Marozsán, die op Szakíts, ha tudsz (Ik kan je niet zomaar laten gaan) lijkt te azen naar het predikaat 'Wanprodukt van het Jaar'. Daarin schuwt ze werkelijk geen engel effect: van zuchtende zag en een pesterig trompetje tot een katterige sfeer van 's ochtends veel te vroeg ontwaken na een avond met te veel drank en te weinig gezelschap. Het is een overdaad aan liefdesverdriet, verpakt in dikke lagen zwart fluweel. Met componist/gitarist Gábor Juhász lijkt ze er vooral op gebrand om jazz in een kwade reuk te zetten. Dat dit heel anders kan laat het Dresch Quartet horen op Élő nád (Levend riet/Live riet - een titel met nogal wat betekenismogelijkheden), opgenomen tijdens een concert in de grote zaal van het Liszt Conservatorium op 19 november 2005, het jaar waarin saxofonost/fluitist Mihály Dresch de Hongaarse jazz-prijs toegekend kreeg. Met zijn kwartet heeft hij een stijl ontwikkeld waar de Hongaarse traditie als vanzelfsprekend een plaats heeft. Het Hongaarse karakter komt op de eerste plaats door het inzetten van de cimbalom in de muziek, maar ook door allerhande traditionele motieven, die de leden van het kwartet als ballonnetjes uit de lucht lijken te plukken en net zo gemakkelijk weer loslaten. De groep speelt in lange bogen, vol onvoorspelbare wendingen waarin uiteenlopende stemmingen voorbij komen - van bedachtzaam tot muzikale tussensprints. Aandoenlijk is Ég madara, een liedje met een hoog restaurantzigeunergehalt dat Dresch met charmant onzekere stem zingt, alvorens de saxofon aan zijn mond the zetten. Magyarpalatka Band: Wedding at Magyarpalatka in 1984, Antal Fekete Collection 3 Péterlaka Band Leader József Lunka, Antal Fekete Collection 4 Ádámos Band: Wedding at Sövényfalva in 1980, Antal Fekete Collection 5 Tükrös Zenekar: Hungarian village music from the 20th century Muzsikás & Márta Sebestyén: Live at Liszt Academy Nóri Kovács: Mondanék én valamit Makám met Szilvia Bognár, Bea Palya & Ági Szalóki: Anzix Makám met Irén Lovász: Szindbád Balázs Elemér Group met Bea Palya & Ágnes Szalóki: Magyar népdalok Ági szalóki: Hallgató Erika Marozsán: Szakíts, ha tudsz Dresch Quartet: Élő nád - Zeneakadémia 2005. november 19 Diverse Artiesten: Hangvető 2004-2005 compilation Diverse Artiesten: Hangvető 2005-2006 compilation De cd's de stel van Hangvető worden in Nederland gedistribueerd door XMD.

Elérhetőségünk: Liber Endre: tel.: 06-20-9325531